bbn'ers aan het woord

De ervaringen van collega’s geven een concreet beeld van het werken bij bbn. In hun dagelijkse werk houden zij zich bezig met uiteenlopende projecten en vraagstukken binnen de gebouwde omgeving, vaak in samenwerking met verschillende disciplines en opdrachtgevers.

De manier waarop zij hun rol invullen, verschilt per project en per fase, maar kenmerkt zich door een combinatie van inhoudelijke betrokkenheid en samenwerking. 

In onderstaande verhalen en citaten delen collega’s hoe zij hun werk ervaren, hoe projecten tot stand komen en wat voor hen het werken bij bbn interessant en uitdagend maakt.

“We hebben een open, collegiale cultuuur”
Dieuwke Quist
Bouwkosten manager

Dieuwke Quist werkt op de afdeling bouwkostenmanagement (BKM) bij bbn adviseurs. “Ik maak bouwkostenramingen voor diverse projecten, bijvoorbeeld voor scholen, voor de politie en defensie. Ik adviseer ook de opdrachtgever bij het ontwerp.”

Want de architect ontwerpt weliswaar het gebouw, maar dan is het nog een uitdaging om dat ontwerp in het budget te laten passen. Daar komen de rekenkunsten van Dieuwke en haar collega’s in beeld. “Wij geven onafhankelijk advies hoe het er toch in kan passen. Daarbij kijken we naar bouwkosten, maar ook steeds meer naar investerings- en exploitatiekosten. Duurzaamheid is namelijk steeds meer een hot topic bij opdrachtgevers – en hoewel duurzamer bouwen aanvankelijk grotere investeringen vergt, leidt het vaak ook tot minder exploitatiekosten op de langere termijn.”

Diverse projecten

Geen werkweek is hetzelfde bij BKM, vertelt Dieuwke. “Soms werk je aan zes verschillende projecten, soms zit je een week lang op één project. Tegelijk heb je wel allerlei meetings over de andere projecten waar je aan werkt. Dat veel meetings via Teams kunnen, is dan fijn – dat scheelt reistijd.”

Ook wat betreft het type projecten is er veel variatie: “Momenteel werk ik aan een school in Emmeloord, dat project is erg op exploitatiekosten gedreven. Maar ik werk ook aan een defensieproject, daar spelen weer hele andere vraagstukken, met een andere kijk op architectuur en budget. Ik merk sowieso dat ik maatschappelijke en overheidsprojecten wel leuk vind – en die ruimte krijg je ook bij bbn, om je eigen voorkeur te ontdekken en aan projecten te werken die je goed liggen.”

Nieuwe collega’s wegwijs maken

Naast haar werk op de inhoud begeleidt Dieuwke ook nieuwe collega’s, de young professionals. “Ik zit eens in de 2-4 weken met hen om te vragen hoe het gaat, dan geef ik tips en handvatten mee. En eens in de twee maanden hebben we ook een intervisie met alle junior collega’s bij elkaar, zodat we van elkaar kunnen leren en elkaar nog beter leren kennen.”

Het leren kennen van de ‘bbn-mentaliteit’ speelt daarbij ook een belangrijke rol. Dieuwke beschrijft die als een open, collegiale cultuur. “Ook al hebben mensen het druk, als je vragen hebt staan mensen voor je klaar. Het is een vriendelijke cultuur, met hardwerkende mensen die hart hebben voor de zaak – ze werken alsof ze eigen ondernemer zijn.”

Kortom: “bbn is echt een bedrijf waar je veel vrijheid krijgt en waar wordt voorzien in je ontwikkeling. En je werkt aan allerlei bijzondere projecten en prachtige gebouwen.”

“Je werkt hier aan projecten die je later ook echt terugziet in de omgeving. Dat maakt het werk concreet en geeft voldoening.”
Henno Hanselaar
Planeconoom

Een dag in het leven van een planeconoom bij bbn

“Bij planeconomie denkt men aan de economie van een plan,” zegt Henno Hanselaar, adviseur planeconomie en sectormanager woningcorporaties bij bbn. “Dat zijn vaak plannen voor nieuwe gebieden of woonwijken.” Maar planeconomie is veel meer dan dat – Henno neemt ons mee langs een aantal projecten die de veelzijdigheid illustreren van het werk als planeconoom bij bbn.

Conceptueel meedenken

Als eerste neemt Henno ons mee naar Leiden. Daar staat een ontwikkeling op de planning van een onderwijsinstelling. “Daar staat een aantal gebouwen die verouderd zijn. Aan ons werd gevraagd om mee te kijken in een werkgroep: gaan we slopen en nieuwbouwen, alles renoveren, eventueel wat optoppen, of wordt het een combinatie van renovatie en sloop/nieuwbouw?”

bbn kan in grote lijnen meedenken over wat financieel handig is qua denkrichting. “Wij geven advies hoe de kosten zo laag mogelijk kunnen worden gehouden. We kijken eerst op gebiedsniveau, daarna sluit ook een bouwkostenmanager van ons aan om op het niveau van bouwvolumes te adviseren. Aan het einde van een aantal werkgroepsessies komt dan een rijtje aan scenario’s met een globaal kostenplaatje. Op basis daarvan kan de onderwijsinstelling dan keuzes maken. Zo is dit weer heel iets anders dan het actualiseren van een grondexploitatie waar je diep de cijfers in gaat – dit draait meer om conceptueel meedenken.”

Een puzzel met meerdere grondeigenaren

Een ander uitdagend project is de Oostrand in Noord- en Zuid-Scharwoude, in de gemeente Dijk en Waard. “Daar zitten meerdere grondeigenaren. De gemeente is daarvan een van de grootste, met ongeveer de helft van het projectgebied. 35 procent zit bij een andere grote ontwikkelaar; de overige 15 procent bij drie andere ontwikkelaars.” bbn is de afgelopen driekwart jaar bezig geweest met het maken van afspraken met ontwikkelaars over de kosten en de te genereren opbrengsten om een haalbaar plan te maken.

Bij zo’n project komt veel kijken, vertelt Henno. “In eerste instantie werd bbn ingehuurd door de gebiedsmanager en projectleider van de gemeente als planeconoom, om afspraken met de ontwikkelende partijen vorm te geven en vast te leggen. De grondexploitatieberekening is daar een belangrijk onderdeel van. Vervolgens kijk je naar de verdeling daarvan, met een aparte grondexploitatie voor de gemeente die goedgekeurd moet worden door het college en de gemeenteraad. Die afsplitsing maakt het ingewikkeld maar daardoor ook juist leuk – en het vraagt om een goede samenwerking met de gemeentelijke planeconomen.”

Handjeklap over grondwaarde

Het project De Dreijen in Wageningen illustreert dat een planeconoom bij bbn niet alleen rekensommetjes moet maken. “Wageningen University & Research is eigenaar van die grond – de projectontwikkelaar die al een tijdje met de universiteit om de tafel zat, schakelde ons in voor een onafhankelijke berekening van de residuele grondwaarde. Uitgangspunt daarbij was: wat kan de ontwikkelaar betalen aan de WUR als de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt?”

Het bureau dat door de universiteit was ingeschakeld, kwam aanvankelijk uit op een hoger bedrag. “Wij kwamen lager uit. Dat leidde toen tot onderhandelingen, waar de partijen in goed onderling overleg uit zijn gekomen. Je kan het bijna zien als handjeklap over grondwaarde – maar dan wel onderbouwd door een gedegen grondexploitatieberekening.”

Twee opdrachtgevers op één project

Een paar jaar geleden werkte Henno aan een heel ander project. “In Te Werve Oost in Rijswijk had woningcorporatie Rijswijk Wonen 300 sociale huurwoningen, die wegens ouderdom gesloopt werden. Voor dat gebied vonden ze via een soort prijsvraag een ontwikkelaar, Synchroon.” Met die partij werd afgesproken dat de woningen zouden worden gesloopt en in het gebied een verdichting plaatsvond, met 250 sociale huurwoningen en 250 woningen in het vrije en middensegment.

“Daarvoor hebben we een grondexploitatieberekening opgesteld – niet voor alleen Synchroon of alleen Rijswijk Wonen – ze waren gezamenlijk opdrachtgever. Wij hebben met hen meegedacht en handvatten aangereikt voor optimalisatie van het plan. Naar aanleiding van onze berekeningen bouwen ze nu aan de eerste van zes fases.”

Een andere soort berekening

Tot slot geeft Henno nog een voorbeeld van een ander soort berekening, namelijk voor kostprijsdekkende huur. “In Wanneperveen, in de gemeente Steenwijkerland, werd een school gebouwd met daarin ook een BSO die zou worden verhuurd aan een commerciële partij. Die moeten dus minimaal kostprijsdekkende huur betalen.”

bbn heeft toen gekeken naar de investeringskosten voor nieuwbouw. “Dat is de belangrijkste kostenpost, dat vertaal je dan naar kapitaallasten. Daarnaast heb je tijdens de exploitatie nog te maken met belastingen, heffingen, verzekeringen, onderhoud en administratieve beheerlasten. Die zet je allemaal in een rekenmodel – met parameters als levensduur, afschrijving, rentecomponent, kosten- en opbrengstenstijgingen – daar rolt dan een bedrag aan kostprijsdekkende huur uit.”

Belangrijk, want een gemeente mag in principe niet lager verhuren dan dat bedrag, tenzij de gemeenteraad goedkeuring geeft voor zo’n tegemoetkoming aan bijvoorbeeld een vereniging. “Bij dat soort berekeningen heb je vaak niet alleen contact met de gemeente, maar bijvoorbeeld ook met gebruikers van de gebouwen.”

Gevarieerd werk

Als planeconoom bij bbn werk je met verschillende opdrachtgevers, steeds met een iets andere vraag. “Je moet je kunnen inleven in de vraag van de opdrachtgever, de vraag achter de vraag begrijpen en je advies zo veel mogelijk laten aansluiten op de vraag.”

Het werk bij bbn gaat dus een stuk verder dan puur planeconomie. “Wij hebben ook de afdelingen Vastgoedmanagement, Directievoering & Toezicht, Proces- en Projectmanagement en Bouwkostenmanagement. Vanuit al die afdelingen kunnen we als planeconomen vragen krijgen om mee te denken met berekeningen. Zo kom je ook bij projecten in een hele andere wereld terecht – van gemeentes tot zorginstellingen en woningcorporaties. En het werkt ook andersom: ben je met een klus bezig op planeconomie en kan je hulp gebruiken van een andere afdeling, dan zijn de lijnen kort.”

En ook buiten de vaste werkzaamheden zijn er bij bbn genoeg mogelijkheden voor verdere ontwikkeling, heeft Henno gemerkt. “Vind je het interessant om naast planeconomie ook andere dingen te doen binnen bbn, dan krijg je daar de ruimte voor – er wordt altijd geluisterd en meegedacht als je een goed idee hebt. Mensen die zich breder willen verdiepen zijn dan ook van harte welkom bij ons.”